Nederlandse aanwezigheid in Cubaanse wateren

Expositie “Nederlandse aanwezigheid in Cubaanse wateren”

Als onderdeel van het onderzoek naar de Nederlandse aanwezigheid in Cubaanse wateren is in Havana op 15 november 2014 in het Castillo de la Real Fuerza de expositie ‘Nederlandse aanwezigheid in Cubaanse wateren’ geopend. De expositie gaat over de geschiedenis van Nederlandse kapers, piraten, smokkelaars en handelaren die vanaf eind 16e eeuw en in de 17e eeuw actief waren voor de kust van Cuba.

Zie ook onderstaande links:


Video made during a dive mission at Punta del Holandés, Cuba (october 2014). Part of the maritime-archaeological / historical research ‘Dutch presence in Cuban waters’. Comissioned by the Maritime Programme, RCE (Netherlands) and CNPC (Cuba). In collaboration with Sermar. S.A. (Cuba), the Embassy of the Netherlands in Cuba and the foundation Cuban Cultural Ventures. Video and editing: Sandy León de Armas, CartaCuba.


Item broadcasted on Cuban television, November 16th, 2014.

Artikel De Telegraaf, 13 december 2014

Dutch presence in Cuban waters

ND Artikel Cuba Scheepswrakken, 22 dec 2014

Opus Habana – Oficina de la Historiador de la Habana

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Nederlandse Ambassade Havana, Cuba

UNESCO Havana, Cuba

Artikel op website Cuba Sí

Cuba Diplomática

Website 14ymedio.com

Cubaanse duikers hebben ten zuidwesten van Cuba een Nederlands 17e eeuws wrak ontdekt. Op de expositie zijn onderwaterbeelden te zien van de kanonnen die nog steeds in de Caribische zee liggen. Ook is er dichtbij de Cubaanse kust een wrak gevonden met op de vindplaats veel Nederlandse objecten. Een groot aantal van deze opgedoken objecten zijn te zien op de tentoonstelling in het Castillo de la Real Fuerza, één van de forten van Havana die de stad eeuwen geleden tegen vijandelijke aanvallen moest beschermen.

Nederlandse schepen kwamen aan het einde van de 16e eeuw naar het Caribische gebied voor handel en smokkel. In de 17e eeuw werden de zeeën rondom Cuba het toneel van de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden. De West Indische Compagnie stuurde kapers vloten naar Cuba om de Zilvervloot te kapen die elk jaar Havana aandeed. Piet Heijn veroverde in 1628 de Zilvervloot in de Cubaanse Baai van Matanzas, maar er waren veel meer Nederlandse admiraals die maandenlang dichtbij Cuba voeren om op de Zilvervloot te jagen. De Nederlandse zeevaarders waren berucht en beroemd op het eiland Cuba. Op de expositie staat dit stukje Nederlandse geschiedenis in Cubaanse wateren centraal. Zie ook het artikel van journalist Edwin Timmer, dat op 13 december 2014 in De Telegraaf verscheen.

Het Cubaans-Nederlandse onderzoek naar de scheepwrakken en de Nederlandse geschiedenis bij Cuba gaat na afloop van de tentoonstelling door.

Onderzoek naar Nederlandse scheepswrakken in Cubaanse wateren

Cuban Cultural Ventures werkt samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,  het Cubaanse Consejo Nacional de Patrimonio Cultural, het Cubaanse Sermar S.A. en de Nederlandse ambassade in Havana aan een onderzoek naar Nederlandse scheepswrakken in Cubaanse wateren

Het onderzoeksteam onderzoekt de Nederlandse aanwezigheid in Cubaanse wateren in de 17e eeuw. Ook de invloed van de Nederlandse aanwezigheid rondom het Cuba van de 17e eeuw wordt onderzocht. In 2013 heeft het team archiefonderzoek gedaan op Cuba en in Nederland. Op Cuba zijn Cubaanse archieven en kopieën uit het Archivo General de Indias (Sevilla, Spanje) geraadpleegd. In Nederland is oa. onderzoek gedaan in het archief van de Oude West Indische Compagnie (Nationaal Archief, Den Haag).

Betrokken personen:

  • Dr. Ovidio J. Ortega Pereyra, historicus en maritiem-archeoloog. Op Cuba verantwoordelijk voor het onderzoek, voor meer informatie zie: dr. Ovidio Ortega Pereyra
  • Will Brouwers, onderzoeker RCE.
  • drs. Esther van Gent-Plante:  Projectmanager en onderzoeker

In de eerste fase hebben de Cubaanse onderzoekers César Alonso Sansón (paleograaf en historicus) en Lázara Y. Carranzana (antropoloog) meegewerkt. In Nederland is Jirsi Reinders, research asisstent Brown University, bij het archiefonderzoek betrokken geweest.

Partners: